Ik heb eigenlijk wel een klacht

De vorkjes schraapten ijverig over de gebakschaaltjes. De stilte was luidruchtig, voor mij dan.

Je kent het geluid van genoegzaam kauwende mensen die een mierzoet taartje naar binnen werken. Af en toe een slokje koffie. Een beetje hummen.

‘Lekker.’

‘Ja, lekker.’

‘Zelfgemaakt?’

‘Ja, zeker.’

‘Hmmmm.’

Voor de meeste mensen hoort dat waarschijnlijk gewoon bij gezellig samenzijn. Voor een misofoob niet.

Die misofoob ben ik.

Als iedereen tegelijk gaat zitten kauwen, word ik langzaam gek. Ik hoor geen gesprek meer, geen muziek op de achtergrond, geen gezelligheid. Ik hoor alleen nog malende kaken, natte lippen, slikken en vorkjes die over porselein schrapen.

Gelukkig hervatte iemand het gesprek, dat bij het binnenkomen van de taart abrupt was gestopt, voordat ik nare gedachten kreeg over wat je nog meer met een taart kunt doen.

‘Nou,’ zei ze een beetje bedeesd, voortbordurend op ons vorige onderwerp, ‘eigenlijk heb ik wel een klacht.’

Tot nu toe had ze nauwelijks iets gezegd. Zoals gewoonlijk. We vonden haar altijd wat verlegen.

De vorkjes kwamen rap tot stilstand. Alle aandacht was voor haar.

‘Hij staat niet open voor andere dingen.’

We keken haar meelevend aan.

‘Niet open voor andere dingen? Wat bedoel je?’

‘Nou, ik denk weleens aan iets anders. Bijvoorbeeld met drie.’

In onze gedachten veranderde de stille, introverte vrouw plotseling in een buitengewoon boeiende avonturierster.

A dirty mind is a joy forever, dus mijn gedachten schoten onmiddellijk een bepaalde richting uit. Aan de gezichten om mij heen te zien, was ik niet de enige.

Het zusterschap liet zich zien. Er kwam zowaar wat spanning in de kamer.

‘Met een man erbij?’

‘Of een vrouw?’ riep mijn andere vriendin iets te enthousiast.

‘Eh... nee,’ zei ze.

Dat maakte het er niet duidelijker op.

We deden een nieuwe poging.

‘Jij met iets extra’s erbij? Of hij met iets extra’s erbij?’

Nee.

Inmiddels stonden wij, vond ik zelf, behoorlijk open voor andere dingen. Veel opener dan de man over wie de klacht ging. Vrijwel iedere denkbare constructie kon wat ons betreft zonder vooroordeel op tafel worden gelegd.

‘Dus wat bedoel je dan?’ vroeg iemand voorzichtig.

‘Nou... met een andere man.’

Aha.

Die snapten we.

‘Dat híj dus met een andere man is,’ vervolgde ze.

En toen bleef ze stil en keek wat dralend voor zich uit. Ze stelde zich er iets bij voor. Dat was wel duidelijk.

Wij werden er ook even stil van.

Maar begrijpen wat ze nu precies wilde, lukte nog niet helemaal. We moesten onze gedachten opnieuw rangschikken.

‘Maar hij wil dat niet,’ verzuchtte ze. ‘Hij staat daar niet voor open.’

‘Dat is een nare klacht,’ zei ik.

Ik vond het zelf een heel redelijke opening voor de volgende ronde.

‘Nou nee,’ zei ze. ‘Daar gaat het me niet om. Het gaat erom dat hij zo héél erg hetero is.’

Oké.

We keken elkaar aan.

‘Dus je zou eigenlijk willen dat hij een beetje bi was?’

Dat leek ons geen onoverkomelijk probleem. Aan ruimdenkendheid was in het gezelschap in ieder geval geen gebrek. Pak lekker uit, zou ik zeggen.

Maar nee.

Dat wilde ze nou ook weer niet.

‘Zou je dan niet jaloers worden?’ vroeg iemand.

‘Wel als het een vrouw was,’ zei ze. ‘Maar niet met een man.’

Oké.

Kan, dacht ik.

Het werd weer even stil. Tijd voor een slok koffie.

Ik had het kopje nauwelijks aan mijn mond toen ze zei:

‘Ik heb eigenlijk nog een klacht.’

O nee.

‘Hij is ook zo wit.’

Ik verslikte me bijna.

Het bleef stil. We wisten niet helemaal welke richting het gesprek nu weer op ging en na onze eerdere pogingen durfde niemand meer zomaar een conclusie te trekken.

‘Ja, echt. Echt heel wit,’ herhaalde ze.

Niemand vroeg door. Een grapje maken over iets bleken zat er ook niet in. We durfden het niet aan.

Zoals ik al zei: a dirty mind is a joy forever. Geef zo’n gezelschap een stilte en een opmerking over een man die ‘echt heel wit’ is en de gedachten regelen de rest vanzelf.

‘Ik heb een keer op het station een zwarte man ontmoet,’ ging ze verder. ‘Of mag je dat tegenwoordig ook niet meer zeggen? En toen, in de trein...’

Ze stopte weer.

Wij ook.

Er volgde zo’n stilte waarin je bijna kunt hóren, en eigenlijk ook kunt zien, wat mensen denken.

De stilte duurde nadrukkelijk lang.

Toen zei ze:

‘En daarom vind ik het jammer dat hij zo wit is.’

Dat gaf opnieuw veel vrije ruimte voor onze gedachten. We keken elkaar niet aan.

Processing.

We besloten de klachten voorlopig niet verder in behandeling te nemen en probeerden na de taart een ander onderwerp aan te snijden.

‘Eerst nog maar een bakkie,’ riep iemand.

Koffie.

Veilig.

Dachten we.

‘Ik schrijf,’ zei ze ineens.

Niemand durfde zich te verroeren.

‘Ik schrijf fanfiction. Ehhh... dus eh... over mannen.’

De losse woorden vielen als bakstenen neer.

Stilte.

‘Maar ik heb het zelf dus nooit echt gezien. Ja, op pornosites... Grindr... maar niet in het echt.’

Nog meer stilte.

We waren inmiddels een gezelschap geworden dat had geleerd dat doorvragen risico’s met zich meebracht.

‘Op een dag was ik aan het koken,’ ging ze verder, ‘en mijn moeder wilde het recept voor de aubergines.’

Aubergines.

Niemand zei iets.

Na alles wat eraan vooraf was gegaan, was zelfs een groente niet meer gewoon een groente.

‘Dus ik wilde haar het recept sturen. Alleen heb ik haar per ongeluk mijn verhaal gestuurd.’

De aubergines waren alweer van tafel.

Niemand zei iets.

Uiteindelijk durfde iemand het aan.

‘En toen?’

‘Toen vroeg mijn moeder: heb jij dat geschreven?’

Een kleine pauze.

‘Gayporn.’

Stilte.

‘Ze vond het heel goed geschreven.’

Ik keek naar mijn koffie. De anderen volgens mij ook.

‘Dus... willen jullie het ook lezen?’

Ze keek ons opgewekt aan.

‘Ik zet het wel even in de groepsapp.’

Ik weet niet meer of iemand die middag nog een tweede taartje heeft genomen.

Maar van het kauwen heb ik in ieder geval niets meer gehoord.

Over Margreet Blaas

Margreet Blaas is kunstenaar en auteur. In haar beeldende werk en haar teksten kijkt ze naar mensen, herinneringen en de soms wonderlijke kanten van het leven. Haar columns zijn persoonlijk en observerend, haar literaire vignetten zoeken het kleine moment, en in haar boeken in wording krijgen herinneringen en levensverhalen meer ruimte.