Winter is coming

Ook al zoiets vreemds, ik heb bijna geen gedachten. Normaal heb ik er genoeg; zeker die waar ik niet om heb gevraagd blijven vaak het hardnekkigst komen. Nu is het stil. Nu weet ik soms niet waar ik aan denk. Misschien wel nergens aan, denk ik. Maar het boek gaat door.

Sinds de griep ben ik zo moe, hondsmoe noemen ze dat. Ook al zo’n vreemde uitdrukking. Honden slapen volgens mij 20 uur per dag, die van mij dan, rennen een paar keer druk heen en weer, eten wat, ploffen weer op bed en vertrekken ter plekke naar het land van hun dromen. Hoezo hondsmoe, denk ik dan.

Ik ben te moe om te dromen. Maar schrijven kan ik wel. Dat is gek, vind ik zelf ook.

Op welke plek in mijn hoofd gebeurt dat dan, want bij elke andere activiteit waarbij ik mijn hoofd wil betrekken, schakelt het uit.

Ik denk nergens aan, denk ik. Maar het boek gaat door.

Bladzij na bladzij ontvouwt het zich in mijn hoofd, ik kijk ernaar, te moe om te lezen. Ik luister naar gesprekken omdat ik benieuwd ben hoe ze verder gaan. En dan schrijf ik ze maar op, anders weet ik het ook niet, ik ben tenslotte de enige die ze hoort.

Alles lijkt naar binnen te trekken. Ik heb weinig behoefte om ergens heen te gaan, iets af te spreken, uit te leggen waarom ik niets wil. Ik ben gewoon moe.

Maar je hebt toch de hele dag zitten schrijven, zou iemand kunnen zeggen.

Ja, dat is dus het vreemde, zou ik kunnen antwoorden.

Het voelt alsof het winter wordt. Ik zit in mijn hoofd onder een warm kleed bij de open haard. Daar schrijft het boek zich vanzelf. Af en toe kom ik buiten mijn hoofd even kijken of er nog iets moet gebeuren.

Meestal wel.